Alkmaar | Andijk | Drechterland | Enkhuizen | Harenkarspel | Heerhugowaard

Hoorn | Langedijk

West-Friesland

Medemblik | Niedorp

Noorder-Koggenland

Obdam | Opmeer

Schagen | Stede Broec | Venhuizen | Wervershoof | Wester-Koggenland | Wognum

West-Friesland | Noord-Holland | Omringdijk | Intro | Zoeken | Colofon | Forum/Prikbord | Aanmelden

Wervershoof

Wervershoof
Historie
Wapen
Vlag
Volkslied

West-Friesland...
het land waar wij wonen


Inleiding
1. Tussen water en wind
2. Oud en nieuw land
3. Wie is de Westfries
4. Boer in West-Friesland
5. Bouwers en Tuinders
6. Van dingen die gingen
Nawoord

West-Friesland, land om van te houden

Andijk
Drechterland
Enkhuizen
Hoorn
Medemblik
Noorder-Koggenland
Obdam
Opmeer
Stede Broec
Venhuizen
Wervershoof
Wester-Koggenland
Wognum

Al deze stenen voor sparen en lenen

Andijk
Bovenkarspel
Grootebroek
Hoogkarspel
Lutjebroek
Wervershoof
Westwoud
Zwaagdijk

 

VVV

Provincie Noord-Holland

Noordhollands Dagblad

 

Wervershoof

Historie

Het ontstaan van Wervershoof
Wervershoof maakt deel uit van de polder �Het Grootslag� en is de eeuwen door een agrarisch gebied geweest. Uit verschillende archeologische vondsten is vastgesteld, dat de streek waarvan Wervershoof deel uitmaakt, omstreeks 100 jaar voor Christus reeds was bewoond. Over de oorsprong van de naam bestaat geen eenduidige uitleg.

Het verhaal wil, dat de naam is ontleend aan de Hoeve van Werenfridus, een prediker, die op last van Willibrord in 690 het evangelie kwam verkondigen. Een andere geschiedschrijver vermeldt, dat Warvershoff in het jaar 400 gesticht werd door koning Lemus II. Een derde geschiedschrijver verwijst beide beweringen naar het land der verhalen. Op een kaart van 1288 wordt �Werfaertshof�in ieder geval voor het eerst aangegeven als een van de �bannen�. Vast staat wel, dat Werenfridus de patroon van het dorp werd en dat zowel de oude als de nieuwe kerk aan hem gewijd werden.

Bannen
In de vroege Middeleeuwen was West-Friesland een ontoegankelijk gebied. Op sommige plaatsen kwam enige bewoning voor en vanuit deze nederzettingen toog men ter visvangst. Waarschijnlijk hield men in de directe nabijheid van de nederzetting wat vee (coyen). Na het jaar 600 verbeterden afwateringsmogelijkheden en kon het West-Friese veengebied worden ontgonnen. Het aantal nederzettingen groeide en grenzen werden getrokken. Binnen de eigen dorpsgrenzen waren de bewoners bevoegd het bestuur te voeren en �recht te bannen�. Het gebied werd kortweg ban of banne genoemd. Een aantal bannen vormde later een kogge, een waterstaatkundige eenheid.

Strijd
Van de strijd om en met het binnenwater en tegen het buitenwater is door geschiedschrijvers uitvoerig gewag gemaakt. De nederzettingen ondervonden een grote en veelvuldige overlast van het water door de getijdenwerking van de Zuiderzee. In de vroege Middeleeuwen werd dan ook begonnen met het graven van sloten en de aanleg van dijken. In het begin van de zestiende eeuw hebben catastrofale vloeden het gewest geteisterd. Op St. Gallendag 1508 waren er drie grote gaten in de dijk geslagen en een eeuw later was de dijk bijna doorgeslagen. Op het nippertje kon men aan een overstroming ontkomen. De vloeden hebben hun visitekaartje achtergelaten in de vorm van de poelen en welen in het oostelijk deel van �Het Grootslag�. In 1675 en 1676 moest er een maandenlange strijd tegen het water gevoerd worden. De landstreek van Enkhuizen tot Buiksloot leek �niet anders dan een openbare zee� te zijn. Telkens werd vernield wat tevoren was opgebouwd. Ook in de twintigste eeuw, in 1916, toonde de Zuiderzee waartoe water tijdens een stormvloed in staat is. �Het Grootslag� bleef ternauwernood gespaard.

Zelfstandig
In de eerste helft van de 17de eeuw was West-Friesland welvarend en groeide de bevolking sterk in aantal. Na 1650 keerde echter het tij voor het poldergebied. Overstromingen, omvangrijke branden, veepest, paalworm, strenge winters, muizenplagen teisterden door de jaren heen het gebied en de inwoners. De toestand was voor de landbouwers deplorabel, temeer daar de (polder)lasten hoog bleven. Lange jaren bleef Wervershoof een klein en onbetekenend gehucht. In 1514 telde het 55 huizen en 320 volwassenen, in 1632 87 huizen en honderd jaar later 69 huizen en een molen. Vanaf 1 mei 1817 is Wervershoof officieel een zelfstandige gemeente geworden. De ruim 400 inwoners werden bestuurd door een schout, twee assessoren en drie raadsleden. In 1825 werd de schout burgemeester en in 1851 werden de assessoren wethouders.
Op 1 januari 1868 werd Wervershoof samengevoegd met Hoog- en Laag-Zwaagdijk, waardoor het inwonertal verdubbelde (van plm. 800 naar 1632). Het inwonertal is gestaag toegenomen. In 1950 ruim 4100, na de herindeling in 1979 plm. 7200 en in 1999 ruim 8300.

Tuinbouw
In de vorige eeuw was het gebied rond Wervershoof nog overwegend in gebruik voor veeteelt, waarbij naast de weidegebieden ook het bouwland een rol speelde. De polders �Het Grootslag� en �De Vier Noorder Koggen� waren vaarpolders, waar alle vervoer tussen akkers en huizen per schuit plaatsvond. In de twintigste eeuw is daarin, mede door de ruilverkaveling, veel veranderd. In de jaren vijftig ontstond voor deze streek een beeld waarbij slechts de randen nog enig weidegebied toonden, terwijl het middengebied volledig in beslag werd genomen door tuinbouw. Dat beeld bepaalt nog steeds het landschap.

 

Bovenstaande tekst is overgenomen uit een brochure van de gemeente Wervershoof (2001)

Vraag gratis een offerte aan Maak nu kennis met het Noordhollands Dagblad